Vloerverwarming is de ideale partner van een warmtepomp – mits het systeem goed is ontworpen.
Praktische uitleg
Een warmtepomp draait het efficiëntst bij een lage aanvoertemperatuur (28–35 °C). Vloerverwarming maakt dat mogelijk dankzij het grote afgifteoppervlak. De sleutels tot rendement: een kleine hartafstand (10–15 cm) zodat de vloer met lage temperatuur voldoende afgeeft, een laagtemperatuur verdeler, en goede isolatie onder de buis zodat de warmte omhoog gaat.
Waar moet u op letten?
- Kies een laagtemperatuur verdeler en houd circuits onder de circa 100 m.
- Waterzijdig inregelen: elke groep het juiste debiet via de flowmeters.
- Beperk het aantal zones dat tegelijk dichtloopt – een warmtepomp houdt van een stabiel afgiftesysteem.
Veelgemaakte fouten
- Hartafstand te groot, waardoor de aanvoertemperatuur omhoog moet.
- Niet inregelen, met koude ruimtes en een pendelende warmtepomp als gevolg.
Geef een reactie